Het verschil tussen het kweken van L-nummers en het voortplanten ervan

L015 Peckoltia Vitatta Lower Xingu

In de beginjaren van mijn hobby was ik voor lange tijd tegen de voortplanting van L-nummers. Ik zag er de lol niet van in. Al die mensen die geld vroegen voor “eigen nakweek” vissen. Het had geen voordelen vond ik, ik vond het vaak sneu, hoe vissen gehouden werden. In die tijd woonde ik nog in Zuid-Limburg en kwam ik vaker in aanraking met onze oosterburen en de wijze waarop zij de hobby beoefenen was in een aantal gevallen anders. Voor mij geldt hier de metafoor dat het is zoals met auto’s, ook daar weten ze gewoon meer van in Duitsland als je het mij vraagt. Wat mij fascineerde was hoe sommige bezig waren met het kweken i.p.v. voortplanten van dieren. Dus waar zit het verschil?

Voortplanter

Als je het mij vraagt is iemand die Lnummers voortplant, een persoon die een groep vissen samen in een aquarium plaatst en hoopt dat er nakweek ontstaat naar verloop van tijd. Wanneer de vissen jongen hebben voortgebracht, probeer je, deze zo snel mogelijk, van de hand te doen. In mijn ogen zijn er twee soorten typen personen van:

  1. Iemand met veelal grote groepen dieren (+10 dieren), om maar zoveel mogelijk koppels de mogelijkheid te geven jongen groot te brengen, althans de kans zo groot als mogelijk maken hiervoor;
  2. Iemand die een unieke/bedreigde soort in groepsvorm neemt om voort te planten, onder de noemer “behoud van soort” bijvoorbeeld.

Kweker

Iemand die kweekt is in mijn ogen een persoon die vissen uitselecteert op specifieke kenmerken, zoals kleur en tekening. Vaak wilt diegene invloed uitoefenen op die kenmerken in nakweek. Hier zit een bepaald doel achter en het middel om daar te komen is kweken. Dit proces neemt meer tijd in beslag en er is meer geduld voor nodig. Ook zijn niet altijd alle vissen beschikbaar zoals iemand zou willen. Een kweker heeft een (zeer specifiek) doel. Voorbeelden van kwekers zijn: Robert Budrovcan, Ernst Schmidt, Heinrich Will of Felix Guder.
Deze personen proberen of hebben in het verleden bewust geprobeerd specifieke kenmerken van Lnummers te beïnvloeden door het opzetten van een lijn kweek. Vele weten dat daar hele mooie vissen uit zijn voortgekomen, die hobbyisten nog altijd graag willen houden. Dit soort lijnen zijn veelal ontstaan uit koppels en niet uit complete groepen. Vaak waren die vissen niet voorhanden. De gelukkigen werden bij de groothandel uitgeselecteerd uit de grote hoop.

Nederland het land van de voortplanters

In Nederland hebben we heel veel mensen/hobbyisten die zich kweker noemen, maar eigenlijk alleen een voortplanter zijn. In Nederland kun je degene die specifiek bezig zijn met het kweken op één hand te tellen. De meeste hobbyisten pompen nakweek de hobby in. Ik zeg bewust pompen, omdat er vissen zijn die generatie naar generatie grauwer en donkerder worden. Ik zag laatst een L400 die zo donker en grauw was, dat ik er niet bij kon waarom iemand dit wilt voortplanten. Uiteindelijk lijken deze nakweek dieren in de verste verte niet meer op hun voorouders. Het ergste is dat het nooit meer beter wordt. Helemaal wanneer je je verdiept in de theorie van Gregory Mendel. Dan leer je beter begrijpen waarom je met sommige nakweek niet zou moeten doorkweken.

Toch staat Facebook en Marktplaats vol met advertenties van mensen die niet begrijpen hoe die theorie werkt. Voorbeelden van L-nummers waarmee dit gebeurd zijn hypancistrus soorten, maar ook steeds meer peckoltia soorten. Een voorbeeld is L134 uit de Rio Jamanxim die afwijkend is met zijn spots t.o.v de L134 variant die gevonden wordt in de Rio Tapajós. Ik ken groepen waar het door elkaar zit. Zonde, aangezien de spotten variant en zeer bijzonder verschijning is. Het middel (kweek) is het doel geworden.

Is voortplanten slecht?

Laat ik voorop stellen dat ikzelf voortplanten niet altijd een slechte zaak vind. Het moet alleen niet het doel worden. Een voorbeeld is wanneer je een soort hebt die met uitsterven in zijn/haar natuurlijke habitat wordt bedreigd. En dan doel ik niet op een L046 zebra… Ik heb altijd moeite om mijn lach in te houden als iemand met droge ogen verteld dat hij/zij L046 houdt omdat ze met uitsterven worden bedreigd. Voor degene die het niet weten, spoileralert!
Deze vissen worden ten eerste massaal gesmokkeld van Brazilië naar Colombia, wat overigens fout en strafbaar is! Daar worden ze op grote schaal gekweekt en aangeboden aan winkels (als wildvang) voordat ze zich verspreiden over de hele wereld. Ook zijn er enkele zogenaamde ‘breeding farms’ in Azië waar ze maandelijks ongeveer net zo hard groeien als de Chinese populatie. Toch begrijp ik dat mensen L46 willen houden en (voornamelijk) voortplanten, daar hoef je geen rekensom voor te maken, toch?!

Probeer iets toe te voegen aan de hobby

Echter heb ikzelf meer respect voor iemand, wanneer er gekozen wordt voor voortplanting met Lnummers die daadwerkelijk met uitsterven worden bedreigd of bijna nooit in de hobby voorkomen. En dat is eigenlijk simpel, want die persoon wilt iets toevoegen aan de hobby. Dat vind ik ook van een kweker, wanneer deze op natuurlijke wijze mooiere vissen wilt kweken. Niet zoals in sommige landen, waarbij er nog weleens hormonen en/of kleurstoffen worden toegediend.
Ik kan me ook voorstellen dat hobbyisten een mix van voortplanten en kweken zouden houden. Waarom niet? Zolang je maar niet achteloos lnummers de hobby inpompt, wat is daar nu de lol van? En als je inmiddels de Mendel theorie hebt gelezen, weet je dat ze niet mooier gaan worden.

Conclusie

Waar we het volgens mij allemaal over eens kunnen zijn is dat het houden van lnummers een smaakkwestie is en blijft . De meeste vissen worden gekocht o.b.v. emotie, een eerste indruk. Waarbij uiterlijk een grote rol speelt, maar ik blijf daarom met de vraag rondlopen:


Waarom zijn er dan zo weinig voortplanters die willen kweken?


Dat blijft voor mij een mysterie…

Comments are closed.