Nakweek of wildvang bij Lnummers?

L nummer generaties

Wildvang of nakweek het is soms een lastige keuze. In mijn vorige blog heb ik gesproken over de verschillen tussen hobbyisten verschillen tussen hobbyisten die aan voortplanting doen en hobbyisten die kweken. Deze blog gaat over de generaties die zij voortbrengen en de betekenis van die termen. Je krijgt antwoord op Wat zijn voordelen van wildvang? Waarom zou je nakweek willen overwegen? En als je nakweek dieren koopt waar let je dan op? Hoe werken genetische kenmerken? Dat alles en meer lees je in deze blog.

Wat is Wildvang?

Wildvang is een term die gebruikt wordt voor dieren die in de natuur hebben geleefd. Deze dieren zijn gevangen, in het geval van lnummers, door vissers. (In een van de komende blogs zal ik dieper in gaan in hoe de keten eruit ziet). Deze lnummers komen (voornamelijk) terecht bij aquariumspeciaalzaken die vervolgens aan particulieren verkocht worden.

Het mooie van wildvang dieren is dat ze mooie tekeningen kunnen hebben, die enorm contrastrijk kunnen zijn. Na een quarantaine periode is dit in een aantal gevallen al iets minder. Maar nog steeds erg mooi. Waardoor dit exact komt, is niet helemaal duidelijk en de meningen zijn erover verdeeld. Vermoedelijk hebben de waterwaardes hier invloed op.

Wildvang dieren zijn bijzonder geschikt om zowel mee voort te planten als om mee te kweken.

In Nederland wordt de term wildvang vaak aangeduid met de letters WV. In Duitsland bijvoorbeeld spreken ze over WF. Ieder land heeft hiervoor wel een term inmiddels.

Wat is F1?

F1 is de naam voor nakweek dieren die afstammen van de wildvang dieren of een nieuw samengesteld koppel. Het zijn voornamelijk dieren die in een aquarium zijn geboren en grootgebracht (tenzij wildvang). Hiervoor wordt een notatie uit de wetenschap gebruikt, zoals al eerder in mijn vorige blog te lezen viel bij de theorie van Mendel. Hiermee wordt aangegeven hoever de dieren afstammen van het originele koppel. In de hobby gebruiken we dit vaak verkeerd. Ik ga hier onderstaand in op de manier hoe het in de hobby wordt gebruikt. De wetenschappelijk manier zal ik ook vermelden. Al kan ik me voorstellen dat dat complexer voor de meeste wordt. In de wetenschap wordt met F1 bedoeld een nakomeling van 2 niet gerelateerde dieren.

F1 dieren zijn in mijn optiek geschikt voor zowel voortplanters als kwekers. Mits er nog uiterlijk kenmerken van de wildvang dieren aanwezig zijn of specifieke kenmerken van bijv. kleur en tekening. Wanneer iemand uit 2 F15 lijnen een koppel heeft gevormd is er wel een probleem. Die zou ik je niet aanraden. Want feitelijk heb je het wel over F1. Een goede kweker zal een selectie willen maken, zodat deze met vissen die specifieke kenmerken vertonen kan gaan kweken. In Duitsland is daardoor de term Ausnahme Tier ontstaan. Wat eigenlijk betekent dat deze vis zich uitermate leent om mee door te kweken. Een voortplanter is daarin minder nauwkeurig. Als je de mogelijkheid hebt, kijk dan ook vooral naar de ouderdieren als die aanwezig zijn. Wanneer die niet aanwezig zijn, stel de vraag waar die zwemmen en neem contact op met die persoon. Dat geeft je namelijk inzicht en zo leer je ook andere hobbyisten kennen.

Tip: wanneer je wilt kweken en nakweek koopt vraag bij voorkeur of er meer vissen uitgevangen kunnen worden. Hierdoor kan er een keuze gemaakt worden op specifieke kenmerken.

Wat is F2?

F2 betekent in de hobby iets anders dan in de wetenschap. In de hobby noemen velen dit nakweek van F1 dieren. In theorie is deze generatie inteelt als het op die manier gebeurd. De F2 generatie wil je als kweker liever vermijden. Bij F2 dieren wordt snel duidelijk of je met een voortplanter of een kweker te maken hebt. F2 dieren kunnen namelijk enorm verschillen in uiterlijk. De vraag is wel of degene die ze aanbied ook eerlijk hierin is.

Dat wil niet zeggen dat bijvoorbeeld er geen mooie F2 dieren kunnen bestaan… Dat kan wel degelijk, juist in deze generatie. Echter de kans dat iemand de juiste koppels in een aquarium heeft zwemmen is een stuk kleiner. Met wat geluk zullen ze het ontdekken en verbaasd zijn dat er een paar dieren afwijkend zijn in tekening en kleur. Wees voorzichtig hiermee en blijf hier indien mogelijk bij weg.

Mijn tip: Koop bij voorkeur geen F2 dieren als je deze in groepsvorm wilt houden om te reproduceren. De nakweek die hieruit ontstaat zal in de meeste gevallen veel minder overeenkomsten, qua uiterlijke kenmerken vertonen zoals destijds het geval was bij de wildvang lnummers. Wanneer hiermee verder voortgeplant wordt, lijken deze lnummers steeds minder op het wildvang exemplaar. Ze zullen minder en minder overeenkomsten hebben t.o.v. de wildvang/F1 exemplaren.

Wat is F3?

F3 noemen veel mensen in de hobby de nakweek van F2 in de l-nummer hobby. Dit is de inteelt die je echt wilt vermijden als je wilt kweken. F3 l-nummers kunnen enorm uiteen lopen qua tekening en contrast. Wanneer je F2 lnummers bij een voortplanter hebt gehaald is de kans groot dat als je F3 dieren krijgt naar verloop van tijd dat er grauwe en donkere exemplaren tussen zitten. Deze lijnen wil je niet voortzetten. Al is dit in het verleden zeker in Nederland heel veel gebeurd. Met name onder hypancistrus soorten zoals L066, L333, L400, etc.

Dit is het resultaat van hobbyisten die weinig tot geen toevoeging zijn voor de hobby, maar de hobby beetje bij beetje stukmaken. Soms bewust uit eigen belang, vaak ook onbewust door gebrek aan kennis over de genetische kant van reproduceren.

Mijn tip: koop F3 wanneer je een enkel exemplaar in een showbak wilt houden, dan kan een F3 generatie bij een voortplanter ook acceptabel zijn. Al kun je je bij het laatste afvragen of je dat zou moeten willen aangezien deze lnummer weinig uiterlijke kenmerken van het wildvang exemplaar nog draagt als er enkel mee voortgeplant is.

Samenvattend

Nu je de verschillen tussen de generatie termen begrijpt heb ik om het duidelijk te houden de invloed van genetische kenmerken in de onderstaande afbeelding proberen te verhelderen.
Dit is een illustratie van hoe verschillen in de generaties ontstaan.

Wat ik voorkomen wil is dat ik straks allerlei wetenschappers in de mail heb, die hun mening willen uiten over dat het complexer in elkaar steekt dan hieronder beschreven, want dat klopt. Maar dat helpt niet voor degene die het proberen te begrijpen. Wanneer iemand het eenvoudige en duidelijker kan uitbeelden, mag deze mij altijd een bericht sturen, zodat ik het kan aanpassen.

Het doel is om het onderscheid te herkennen en te begrijpen welke keuzes je hebt en waarom je niet met F2 moet kweken. Wanneer je dat begrijpt kun je keuzes maken om bepaalde kenmerken te behouden voor een L-nummer.

Uitselecteren

Als voorbeeld gebruik ik een wildvang koppel. Hier is er 1 zwart wit (links) en 1 crème wit (rechts) om het onderscheid duidelijk aan te geven. Daarin zit dominant en recessief gen. Dominant gen staat altijd met hoofdletter in de wetenschap uitgelegd en voert de boventoon. In dit voorbeeld zwart en wordt aangegeven met de letter A. Recessief gen staat met een kleine letter in de wetenschap aangegeven en is ondergeschikt t.o.v. het dominante gen. Deze wordt aangeven met een a. Dat is bij een vis wit en bij de andere crème. Onderstaand voorbeeld betreft 2 vissen en welke 1 koppel vormen.

Wildvang en nakweek bloedlijnen

Dit is de basis van kweken en selecties maken. De nakweek van F1 zal in beperkt mate ook kenmerken van de het wildvang koppel dragen. Een hobbyist staat vanuit dit punt aan het roer om allerlei varianten creëren door bijvoorbeeld wildvang aan F1 toe te voegen of bijvoorbeeld te zoeken naar bepaalde combinaties om een bepaald gen dominanter te laten worden. Om deze reden is het ook belangrijk om uit te selecteren als je wilt (door)kweken. Want nu kun je keuzes maken en iets toevoegen aan het bestaan en behoud van wildvang L-nummer en en ook aan de hobby. Helemaal bij soorten met grillige kenmerken.

Wanneer je voortplant zonder dat een soort bijv. met uitsterven wordt bedreigd, maar uit eigen belang (zonder dier bevorderend doel) vervuil je in mijn ogen enkel dat nummer voor toekomstige liefhebbers. Je kunt dan wel F1 aanbieden, maar als de ouders uit inteelt dieren komen, is dat niet ok. Dan kan iemand anders beter opnieuw beginnen met wildvang vissen. Het lastige voor vele aan dit verhaal is, is dat het tijd nodig heeft. Misschien heb je meerdere nesten nodig om een nieuw koppel met een bepaalde samenstelling te vormen. Dan wordt je geduld absoluut op de proef gesteld. Maar uiteindelijk wordt je beloond.

Dus wildvang of nakweek?

Het blijft altijd een eigen keuze of je kiest voor wildvang of nakweek. Hobbyisten die gericht met nakweek bezig zijn in de hobby zijn schaars. In de Benelux nagenoeg niemand. In Duitsland en Scandinavië meer gelukkig.
Ik ben aantal jaren geleden me hierin gaan verdiepen. Hierdoor heb ik de afgelopen jaren nakweek gekocht bij kwekers die de hobby op deze manier beoefenen. Sommige zijn zoals je in het verleden ook hebben gezien, bizar mooi. Zelf ben ik hier ook een tijdje terug mee gestart voor wat betreft de hypancistrus soorten die geen wildvang zijn. Met name degene waarvan ik denk dat het zonde is als ze nog meer verpieteren. Koop zorgvuldig exemplaren als je ermee wilt kweken. Kies bewust voor wildvang of nakweek en zorg in het geval van nakweek dat je bij voorkeur koppels of trio’s zoveel mogelijk gescheiden houdt. Zodat je weet welke dieren wel of niet elkaar verwant zijn. Voorkom daardoor inteelt. Voor mij is dat de reden waarom je nooit grote groepen moet houden. Aangezien je dan nooit zeker bent welke koppels welke nakweek hebben voortgebracht. Met als gevolg inteelt. Uiteindelijk geloof ik dat vissen die het meeste lijken op natuurlijke exemplaren de beste bijdrage zijn. Hierdoor zorgen we ervoor dat we de hobby laten groeien en dat ook anderen ervan kunnen genieten. Voortplanten met lnummers die grillige uiterlijke kenmerken vertonen vind ik simpelweg zonde! Je doet jezelf dan tekort. Maar dat is mijn mening…

Comments are closed.